Moral Responsibility in R&D Networks

Moral responsibility in R&D networks – Lamber Royakkers met Ibo van de Poel en Sjoerd Zwart  (1 september 2007 – 1 september 2011, NWO, 550.000 euro)

Technologisch onderzoek wordt steeds vaker uitgevoerd in samenwerkingsverbanden of netwerken van verschillende bedrijven, de overheid en onderzoeksinstellingen zoals universiteiten. Samenwerking tussen verschillende partijen is tegenwoordig vrijwel altijd een vereiste voor subsidiering van technisch onderzoek door de nationale overheid of de Europese Unie. Ook bedrijven zelf hebben steeds vaak een platte in plaats van een hiërarchische organisatiestructuur.

Uit eerder onderzoek is bekend dat het binnen hiërarchische organisaties soms onduidelijk is wie er verantwoordelijk is voor de gevolgen van bepaalde activiteiten die de organisatie ontplooit. Dit komt omdat bij een activiteit vaak meerdere personen in de organisatie betrokken zijn. Dit staat bekend als het probleem van de vele handen. Het probleem van de vele handen wordt frequenter en meer prangend in niet-hiërarchische samenwerkingsverbanden, zoals netwerken, omdat het daar vaak ontbreekt aan duidelijke taakverdelingen en zeggenschapsrelaties. Het aanwijzen van individuele morele verantwoordelijkheid is bij technisch onderzoek des te moeilijker omdat toepassingen vaak nog ver weg zijn en gevolgen daarom moeilijk voorspelbaar zijn.

Een keerzijde van de ontwikkeling naar meer samenwerking in onderzoeksnetwerken bij het ontwikkelen van nieuwe technologie is dat het in toenemende mate onduidelijk is wie er verantwoordelijk is om mogelijke negatieve maatschappelijke effecten tijdig te voorzien en te voorkomen. Technologische ontwikkelingen hebben vaak ingrijpende maatschappelijke gevolgen waar men het achteraf bezien snel over eens is dat deze hadden moeten worden voorkomen. Naast ongevallen zoals Tsjernobyl en Bhopal zijn er ook gevolgen die pas na lange tijd duidelijk worden. Een voorbeeld is het gebruik van asbest, dat alleen al in Nederland nog steeds jaarlijks vele slachtoffers eist. Andere bekende voorbeelden zijn het opwarmen van de aarde door het verbranden van fossiele brandstoffen en het gat in de ozonlaag door het gebruik van CFK’s.

Om te voorkomen dat het in toenemende mate onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor het voorkomen van negatieve maatschappelijke effecten van techniek stellen we voor het probleem van de vele handen in onderzoeksnetwerken te bestuderen. Dit probleem is tot nu toe vooral voor hiërarchische organisaties bestudeerd. Bovendien lag de nadruk vaak op bestudering van de praktische of juridische kanten van het probleem, terwijl wij geïnteresseerd zijn in de morele dimensie. In ons onderzoek benaderen we het probleem van de vele handen dan ook primair als een moreel probleem, dat voortkomt uit een spanning tussen de eisen van volledigheid en rechtvaardigheid die gesteld kunnen worden aan een verdeling van verantwoordelijkheden in technische onderzoeksnetwerken

Volgens de gangbare opvattingen moet er om iemand op rechtvaardige wijze moreel verantwoordelijk te stellen aan een aantal criteria zijn voldaan. Zo moet er een oorzakelijk verband zijn tussen de handeling en het ongewenste gevolg en de gevolgen hadden voorzien moeten kunnen worden. Diverse auteurs hebben betoogd dat in organisaties en in netwerken regelmatig niet aan deze voorwaarden wordt voldaan. Dit geldt ook voor de netwerken waarin technisch onderzoek plaatsvindt. Naast rechtvaardig moet een verantwoordelijkheidverdeling in een onderzoeksnetwerk ook volledig zijn. Volgens de gangbare criteria voor morele verantwoordelijkheid was waarschijnlijk geen van de betrokkenen destijds verantwoordelijk voor het doen van onderzoek naar de schadelijke gevolgen van asbest. De verantwoordelijkheidsverdeling was daarom niet volledig. Was die dat wel geweest dan had waarschijnlijk veel maatschappelijk leed voorkomen kunnen worden

De centrale onderzoeksvraag van het project is: Welke notie van morele verantwoordelijkheid samen met welke netwerkstructuur is het meest belovend bij het oplossen van het probleem van de vele handen in R&D netwerken? Wij verdelen onze onderzoeksvraag in drie subvragen die centraal staan in drie deelprojecten:

1) Wanneer is een verantwoordelijkheidsverdeling rechtvaardig? In de filosofische literatuur bestaan verschillende opvattingen over de vraag wanneer het rechtvaardig is iemand ergens voor verantwoordelijkheid te stellen. Doel van project 1 is om tot een invulling van het begrip verantwoordelijkheid voor onderzoeksnetwerken te komen die moreel te rechtvaardigen is. Hierbij speelt de notie ‘overlappende consensus’ van de filosoof Rawls een belangrijke rol.

2) Wat is de relatie tussen de structuur van een onderzoeksnetwerk en een volledige verantwoordelijkheidsverdeling? In project 2 zal een formeel semantisch model van verantwoordelijkheid in netwerken worden opgesteld. Met dit model kan worden nagegaan in hoeverre bepaalde netwerkstructuren een volledige verantwoordelijkheidsverdeling stimuleren of juist in de weg staan.

3) In welke mate draagt een overlappende consensus bij aan een volledige en rechtvaardige verdeling van verantwoordelijkheden binnen een onderzoeksnetwerk?

In project 3 wordt de verantwoordelijkheidsverdeling in onderzoeksnetwerken empirisch bestudeerd aan de hand van vier case studies. In het bijzonder zal worden nagegaan of een overlappende consensus in een onderzoeksnetwerk over het verdelen van verantwoordelijkheden ook bijdraagt aan een volledige en rechtvaardige verdeling van die verantwoordelijkheden. Ook zal nagegaan worden wat voor factoren bijdragen aan het ontstaan van een overlappende consensus.